Er zijn grofweg vijf soorten informatie en data die in het programmeringsproces van gemeenten worden gebruikt: beleidsinformatie, planinformatie, assetinformatie, omgevingsinformatie en systeeminformatie.
Soms wordt die informatie en data al goed benut. Zie bijvoorbeeld een actuele gemeentebrede programmeerkaart in Dordrecht en Purmerend. En een digital twin om effecten van plannen en projecten inzichtelijk te maken in Amersfoort en Groningen.
Toch blijven er nog veel kansen onbenut. Bijvoorbeeld omdat externe partijen zoals netbeheerders drempels ervaren om informatie met gemeenten te delen, of dat samenwerking en informatie-uitwisseling nog vrijblijvend is.
Om de potentie van data in het stedelijk programmeerproces beter te benutten, doet het rapport twee aanbevelingen:
- Ga voor een radicaal andere aanpak: de gezamenlijke definitie van plannen en projecten op basis van data.
In deze aanpak wordt in het programmeringsproces informatie over beleid, assets, de omgeving en vitale systemen in een centrale omgeving verzameld om samen met alle stakeholders, intern en extern, te komen tot het meest zinnige (effectieve en efficiƫnte) portfolio van plannen en projecten.
- Kom tot een gedeelde informatie-omgeving.
De informatie-uitwisseling met externe partijen gebeurt vaak met relatief beperkende verschijningsvormen van informatie, zoals documenten en excel-bestanden, vaak gedeeld in het kader van een programmeertafel of overlegstructuur. Voor de wederkerige afstemming van plannen en projecten is er echter behoefte aan een gedeelde informatie-omgeving met een GIS-component waarin de administraties van interne en externe stakeholders aan elkaar worden gekoppeld en (deels) aan elkaar inzichtelijk worden gemaakt.